Experts die de veiligheid van ons voedsel beoordelen hebben nauwe banden met bedrijven als Monsanto en Nestlé

Het Europese Agentschap voor Voedselveiligheid (EFSA) in Italië moet de waakhond zijn die scherp toeziet op de kwaliteit van ons voedsel. Wetenschappers van de EFSA kijken naar bestrijdingsmiddelen, E-nummers, voedselverpakkingen en de veiligheid van genetisch gemanipuleerde gewassen (ggo’s).

EC-voorzitter Juncker wil ggo’s die door EFSA veilig zijn bevonden niet langer tegenhouden, iets wat zijn voorganger Barroso wel lange tijd heeft gedaan. Veel medewerkers van EFSA blijken echter banden te hebben met de bedrijven wiens producten zij keuren.

In 2010 werd bijvoorbeeld bekend dat Diána Bánáti, bestuurslid van EFSA, ook bestuurslid was bij het International Life Sciences Institute (ILSI), een organisatie die wordt gefinancierd door bedrijven als Coca-Cola, Pfizer, McDonald’s, BASF, Dow en Monsanto. En een EFSA-lid dat zoekt naar schadelijke stoffen in de Europese voedselketen heeft in het verleden onderzoek verricht dat werd betaald door de chemische industrie.

De lobbywaakhond CEO nam het voedselagentschap in 2013 onder de loep. Het bleek dat maar liefst 58 procent van alle experts van de EFSA banden had met de industrie.

Aspartaam

Een wetenschapper van EFSA mag banden hebben met de commerciële sector, zolang het bedrijf niet direct het product produceert dat de expert moet beoordelen. Maar neem bijvoorbeeld aspartaam. Een bedrijf als Nestlé produceert dit wellicht niet, maar heeft wel belang bij Europese goedkeuring.

Deze maand zijn acht van de 10 EFSA-panels vernieuwd. Maar in het nieuwe ggo-panel zitten voormalige panelleden die nauwe banden met de industrie hebben. Bij twee nieuwe leden zou sprake zijn van een belangenconflict.

Onder hen de Vlaamse onderzoekster Adinda De Schrijver vanwege contacten met ILSI. Ze werkt bij het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid in Brussel en adviseert al jaren de Belgische overheid over de veiligheid van ggo’s die door de EFSA zijn goedgekeurd.

Volgens critici is ILSI een wolf in schaapskleren, een ordinaire lobbyclub voor de agro-chemische industrie. De organisatie werd tussen 1983 en 1998 in het geheim gefinancierd door de tabaksindustrie. Het doel was helder: het reguleren van tabak weten te verhinderen.

Van 2003 tot 2013 was Harry Kuiper van de Wageningen Universiteit voorzitter van het ggo-panel. Kuiper was iemand met nauwe banden met ILSI. Hij werkte in 2004 samen met Monsanto, DuPont en Syngenta.

Séralini-affaire

Kuiper vond dierstudies niet noodzakelijk om de risico’s van ggo-gewassen goed in te schatten. Inmiddels zijn die in de EU wel verplicht. Maar pas nadat de Europese Commissie daar in 2013 toe had besloten naar aanleiding van de studie van de Franse professor Gilles-Eric Séralini. Het onderzoek veroorzaakte grote onrust en werd onder een storm van wetenschappelijke kritiek weer teruggetrokken uit het tijdschrift Food and Chemical Toxicology. Séralini concludeerde dat ratten op een dieet van ggo-maïs vaker tumoren en andere aandoeningen ontwikkelen.

Een collega van Kuipers, Suzy Renckens, stapte in 2008 over van EFSA naar biotechbedrijf Syngenta. Volgens de Europese Ombudsman was dat in strijd met de regels, maar in een reactie verwerpt de EFSA elke suggestie dat haar experts te nauw verbonden zijn met de industrie.

[MO]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s